Drop-gewoonte
« Première 1 – Baked Beans on Toast «vorige«||»volgende» Koninginnedag 2012 »Damme Paul publiceerde z’n maandag-blog al op zondag en staat dus nu met een mond vol tanden, geen blog. Wat nu? Een paar lijnen vol schrijven met ledigheid? Ik heb het even moeilijk me op het culinaire te concentreren. Ik moet me voorbereiden op de ziekenhuis-opname, maar ja, zo veel kun je ou ook weer niet doen. Gezond blijven en ze geen reden geven om de operatie uit te stellen. En natuurlijk begint nu m’n 14 gevoelig te worden. Een kiesje (premolaar) dat al jaaaaaren bezig is met wortel-resorbtie (oorzaak onbekend) maar nooit klachten gaf. Nu wel, vlak voor de operatie. Ik weet dat Hoffje dit leest en denkt “Stop dan met die stomme drop-gewoonte, knurft”, dus ik ben daar nu dus -tijdelijk(?)- mee gestopt. Welke drop-gewoonte, zult u wel vragen. Nou kijk, ik heb een afwijking. Ik hou van knagen ende knauwen. Ik heb welhaast altijd wel iets (hards) in de mond. En nou niet bepaald omdat ik gestopt zou zijn met roken. Nee, dat doe ik er ook nog bij. Ik denk dat het is ontstaan als student. Bekers en bekers koffie. Met melk en suiker. Dus alles er in (behalve het koekje), inclusief het roerstaafje. Zo’n welbekend plastik roerstaafje. Zo’n wit, recht plastik lepeltje met 2 ‘gaten’ in het lepel-gedeelte. Nadat de koffie op was, deed ik dat roerstaafje in de mond en liep daar uren me rond. Tong-spelend van links naar rechts en om z’n as draaiend. Dan ineens had ik er een beetje genoeg van en beet ik zachtjes in het lepel-gedeelte. Knak. het uiteinde was gespleten. Nu kon je weer verder tongspelen, want het was een soort ‘knijpertje’ aan het uiteinde van dat roerstaafje. Je kon hem aan je tong laten knijpen, en -als je niet hoefde te praten- zelfs aan je wangslijmvlies. Maar nu zat er een dwars-saafje in de weg. Dat dwars-staafje dat de 2 ‘holtes’ van het lepel-gedeelte scheidt. Dus na een tijdje ‘boog’ je dat dwars-staafje 90 graden. Nieuwe vorm, nieuw tong-speelplezier. Vervolgens ‘boog’ je dat staafje weer terug. Maar als na 2 of 3 keer buigen brak het af. Dat kleine losse stukje van nog geen 3 mm leerde je uitspugen met dat roerstaafje in de mondhoek. Nu had je dus een soort vork in je mond. Maar het kneep eigenlijk niet meer. Dus eerst speelde je dan nog een tijdje door de 2 ‘tanden’ tegen elkaar en langs elkaar te kruisen. Maar eigenlijk was dat wat saai. Dus al snel verbrijzelde je het vork-gedeelte tussen de snijtanden en spuugde dat ook weg. Nu had je een recht, korter staafje in de mond. Dat kon zelfs nu helemaal in je mond, overdwars. Dan prikte het in de wangzakken en klemde je het een tijd als een breedbek-kikker tussen de kiezen. Maar na zo’n uurtje in de mond werd dat plastik ‘zachter’ (of zo lijkt het dan toch) en je begint (eindelijk) je vingers er bij te gebruiken. Je houd het puntje vast en ‘knipt’ telkens een zacht-geplet puntje er af – en spuugt. (Eigenlijk ‘tuf’ je de hele tijd), steeds meer tot er niets meer over is. Dat deed ik tijdens het studeren uit boeken en klappers, dat deed ik tijdens pre-klinisch werk. Hoffje -als medestudent- kwam tijdens mijn gebitscontrole witte dingen tegen tussen mijn kiezen en vermoede eerst dat dit losse composiet vullingen waren. Maar nee, het bleken scherfjes plastik te zijn. Wanneer ik in een studie-hokje een ochtend had gestudeerd, dan stonden er X lege plastik bekertjes op de tafel en lag er een cirkel van witte roerstaaf-deeltjes om mijn stoel (eigenlijk was ik een ‘vieze’, slordige student). Ook weet ik nog dat ik later altijd voor vertrek naar m’n studentenkamer altijd even langs de kantine liep om wat extra roerstaafjes in m’n broekzak te stoppen, voor de avond.
Nu denkt u dat dat toch niet echt schadelijk is voor het gebit. Alles is slecht voor het gebit als je het maar te lang doet. En dit is niet mijn enige misbruik des gebits. Ik laat ijsklontjes nooit smelten. Ik drink redelijk snel mijn frisdrank op en ga daarna achter de ijsklonten aan. Heerlijk om die brokken ijs tussen de hoektanden te verbrijzelen. Die knallen van het ijs, die ijskoude sensatie … heerlijk … verslavend. En dan die scherven ijs verder vebrijzelen tussen de kiezen, vergruizen en dan zo’n slok ijskoude slurrie door de keel. Fijn! Nooit last gehad van gevoelige tandhalzen, dus ik blijf dat doen. Mind you, ik ben heus wel eens tot op de grond door de knieën gegaan van de pijn, maar dan van die welbekende brain-freeze. OK, roerstaafjes en ijsblokjes. Maar hoe zit het nou met de drop-gewoonte. OK, ik beken. Ik hou van oude dropjes. Kilo’s. Nou zijn kilo’s dropjes al niet gezond, maar oude dropjes maakt het erger. Ik koop kilo-zakken bij de Sligro. Mijn favorieten hiervoor zijn Klene Muntendrop en Venco’s Limburgse Katjes. Dat zijn beiden -oorspronkelijk- zachte droppen. En ik maak ze hard. Oud. Ik heb altijd zakken in mijn studeerkamer, naast de printer, die meteen na aankoop open worden geknipt en open gelaten. Weken lang. Uitdrogen maar. Hard worden.
En dan een lading overbrengen in mijn 2 droppotten (ook zonder deksel). Ik eet de droppen zelfs tijden het drinken van Aquarius lemon. Vieze combinatie? Welnee! Went wel. Dan tijden TV kijken (of nu tijdens blog schrijven) neem ik zo’n muntdrop. Zo’n bikkelharde schijf. Ik tong-speel er weer mee door m’n mond (heb er net 1 in mijn mond gedaan om me te realiseren wat ik er eigenlijk mee doe). Telkens fixeer in dat dropschijfje tussen de 2 hoektanden boven en druk lichtjes met de tong dat dropje richting verhemelte. Voelen of het een beetje buigt. Nee, nog geen beweging, te hard. Ondertussen gaat het rijk vloeiende speeksel verder met het ‘verzachten’ van dat dropje, vooral als je hem een tijdje in een ‘wangzak’ legt. Weer testen tegen verhemelte. Ja, nu buigt hij lichtjes. Nu komt het lekkerste van het oude dropje. Je manoeuvreert de schijf loodrecht op de eerste echte kiezen (ondanks gesloten lippen, heb je nu een grote, open mond) en je bijt langzaam dicht. Als je te vroeg of te snel bijt dan breekt de munt in twee. Dan heb je gefaald, want met 2 delen is de lol er van af. Wat je wil is dat hij niet breekt, maar gestaag dubbelbuigt. De ene keer buigt hij naar de tongzijde, andere keer naar de wangzijde. Eenmaal dubbel gebogen is de meeste lol er wel af. Je tong-speelt nog een beetje met het oprollen van de steeds zachter wordende munt maar al redelijk snel kauw je het weg zoals de rest van de Nederlanders. En de keiharde katjesdrop? (ik neem er nu meteen eentje in de mond) Die worden helaas nooit zo hard als een oude muntdroppie, dus die kan ik eenmaal in de mond al snel in de lengte dubbelvouwen, in z’n ruglengte. Behalve de kattekop, die vouwt niet mee. Nu zit ik met een length-wise dubbelgevouwen katje in de mond met een grote kop er op. Nu komt gewoon het ‘sadistische’ knippen van de kattenrol. Eerst de kop, met de snijtanden, slik weg. Vervolgens de rest van de rol steeds een stukje afknippen met de snijtanden en doorslikken. Stom hè, maar ik vindt het zo gewoon lekker. (Ook blijf ik graag tussendoor genieten van Wybertjes, Pottertjes, Engelse drop en -natuurlijk- dubbel-zoute drop…)
Neem daarbij dat ik een (lichamelijk) pijnlijk leventje heb, waardoor je nog al vaak -letterlijk en figuurlijk- op je tanden moet bijten. En ik bijt dus met goed geoefende kauwspieren, keihard. Dus vaak na een erg pijnlijke periode mag ik me weer in de stoel van Hoffje melden voor reparaties aan het gebit: vullingen stuk gebeten. Maar die keer dat ik een kapotte vulling heb door een droppie geeft hij me de wind van voren. Stop toch met die drop-gewoonte!
- Katjesdrop & Muntendrop
- Dropzakken naast de printer
7 Comments to “Drop-gewoonte”
Leave a Reply














Facebook
Flickr
RSS
Youtube
Twitter
LinkedIn
FourSquare
GooglePlus
Skype
Email
Paul, stop met drop!!
We kunnen wel alvast een vita-kleurtje voor je uitzoeken, voor als ik het niet meer gerepareerd krijg. Luister naar Alexandra:Paul, stop met drop!! hehe
Boehoe, iedereen is tegen mij: ik WIL drop!
Ik denk niet dat het zozeer de drop is Paul, de manier waarop je er op kauwt, daar zit de kneep!
Es, heb jij geen slechte gewoonten?
Misschien kan je, in plaats van drop, zoethout aanschaffen? Kan je op kauwen en dan komt er zo’n vieze toef aan het einde. Maar het smaakt wel naar drop! Ik vond en vind het wel vies, maar goed, dat ben ik dan!
Nee, sorry, zoethout heeft mij zelfs als kind niet kunnen bekoren …